Lid RvT met ervaringsdeskundigheid: een unicum in Nederland!

19 januari 2017

Een van de leden van de Raad van Toezicht van RIBW K/AM is iemand met een ervaringsdeskundige achtergrond. Zij is lid geworden op voordracht van de Centrale Cliëntenraad. Een unicum in Nederland! Zij stelt zich hier aan u voor: Marianne van Bakel, 58 jaar.
 
“Ervaringsdeskundigheid, dat is meer dan cliënt-ervaring en worstelen met je diagnose, al wordt dat vaak nog gedacht. Maar het gaat erom dat je leert je ervaringen in te zetten ten behoeve van herstel van anderen.

Mijn leven werd, zeker voor mijn veertigste, grotendeels bepaald door worstelingen. Worstelingen met het leven, het gevoel er niet bij het horen, niet normaal te zijn, niet te weten hoe het leven moet. Tijdens mijn studententijd bouwde ik aan een sterke buitenkant - de actieve studente, activiste zelfs - maar van binnen bleef ik depressief en bang. Nadat ik aan het werk ging, kwam steeds duidelijker naar voren dat ik het toneelspel niet volhield. En geen enkele baan.

Dit brak uiteindelijk ook de weg open naar hulpverlening. Niet alle ervaringen waren positief, maar ik maakte meer contact met medepatiënten. Ik leerde mijn eigen oordelen over ‘gekken’ (waar ik nooit bij wilde horen) bij te stellen naar ‘mensen die ook zoeken en worstelen’ en waar ik van kon leren. Zo leerde ik ook mezelf milder te bekijken.

Ik volgde veel praattherapie, waar ik mezelf leerde kennen, en begon met medicatie. Hoewel ik daar in het begin meer nadelen dan voordelen van ondervond, kreeg ik uit eindelijk een middel wat de basis legde voor meer stabiliteit. Ik werd ook actief in zelfhulpgroepen.
Het worstelen bleef, maar nu kon ik me wel beter handhaven. Mijn baan als coördinator Vriendendienst was ook voor mezelf erg succesvol. En na vijf jaar vertrok ik met een groots afscheid naar een nieuwe functie, nu meer binnen de GGZ. En juist dáár ontmoette ik gek genoeg meer vooroordelen over mijn eigen cliëntenachtergrond! Maar ik kreeg ook de kans om vanuit mijn inmiddels afgeronde opleiding als rehabilitatiedeskundige aan de slag te gaan. Ik werkte zowel met hulpverleners, teams en individuele cliënten, als binnen projecten. En daarmee kwam ik in contact met een van de eerste betaalde ervaringsdeskundigen binnen de zorg.

Door de kennismaking met de herstelvisie ging een nieuwe wereld voor mij open en kreeg ik woorden om mijn ervaringen en die van andere medepatiënten te benoemen. De herstelgedachte kreeg inmiddels meer voet aan de grond binnen de GGZ en ik ging werken bij het HEE-team (HEE staat voor Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid). HEE ontwikkelde instrumenten en strategieën om herstel te bevorderen en onze activiteiten brachten ons overal binnen de GGZ.

Zo kwam ik ook bij RIBW K/AM terecht, waar we het Herstel-team adviseerden over de te varen koers om meer ervaringsdeskundigheid in de organisatie te brengen. Ik werkte onder meer samen met Adrie van Eerden, de voorzitter van de Centrale Cliëntenraad (CCR). De CCR wou graag gebruik maken van het recht om iemand voor te dragen voor de Raad van Toezicht van RIBW K/AM en had de voorkeur voor iemand met ervaringsdeskundigheid. Adrie vroeg of ik wilde solliciteren. Ik beschouwde dat als een eer, maar vroeg wel of er voldoende draagkracht was. De Raad van haar kant wilde dat er wel eerst een echte sollicitatieprocedure zou zijn, met meerdere kandidaten. Zelf had ik ook weinig behoefte om als een soort excuus-Truus mee te gaan doen. Maar uiteindelijk werd ik echt gekozen.

Ik heb mijn start ervaren als heel prettig en open. Ik voel me welkom bij mijn mede-raadsleden er is een grote mate van veranderbereidheid. Er is ook echt behoefte aan mijn ervaring en expertise. Die ligt vooral op het terrein van methoden en strategieën om mensen te ondersteunen bij herstel, dus eigen regie versterken, bewustwording van eigen ervaringskennis en eigen mogelijkheden en wensen. Maar ook wat dit vereist van medewerkers en de organisatie. Dit is bij uitstel aan de orde in deze organisatie, waar de Raad van Bestuur een expliciete keuze heeft gemaakt om onder de naam ‘Vitaal Verder’ de koers te richten op herstelondersteunende zorg. Dat is geen gemakkelijke keuze; het houdt veel veranderingen in voor zowel medewerkers als cliënten. Het vereist ook veel nadenken over hoe je daarbij ieders belangen in het oog houdt. Ik ben natuurlijk nadrukkelijk gefocust op hoe je in de gaten kan houden of dit voor clienten echt meer eigen regie en mogelijkheden oplevert, en vooral ook meer kwaliteit van leven. Natuurlijk ben ik ook medeverantwoordelijk voor het gehele beleid en vind ik toezien op goede ondersteuning van medewerkers bij het vormgeven aan deze werkwijze een belangrijke prioriteit. En de organisatie moet natuurlijk gezond blijven.

Ik ga verder met verkennen hoe ik mijn toezichthoudende rol het beste kan invullen vanuit mijn kritische blik en eigen deskundigheid. Daar krijg ik ook ruimte voor binnen de Raad. Ik heb me in ieder geval voorgenomen om regelmatig contact te maken met de cliënten, medewerkers, de OR en de CCR van RIBW K/AM. Ik heb daar ook al een begin mee gemaakt, door werkbezoeken en enkele gesprekken met sleutelfiguren.
2017 wordt een spannend jaar omdat hierin duidelijk moet worden hoe de ingezette koers uit gaat pakken en ik heb veel zin om hier een bijdrage aan te leveren."