'Elkaar kennen en goede afspraken maken'

30 oktober 2019

De GGZ, politie, sociale wijkteams, De Brijder, woniningbouwcorporaties of RIBW K/AM. Bij de begeleiding van psychisch kwetsbare personen zijn vele organisaties betrokken. De samenwerking in deze spoedzorgketen moet beter. Een nieuw Manifest voor spoedketenzorg GGZ gaat hier voor zorgen.

De ‘verwarde’ persoon wordt in onze samenleving steeds vaker als ‘een probleem’ gezien, vooral bij een crisis. Dat cliënten niet langer in een instelling, maar in de wijk wonen - al dan niet ondersteund door ambulante begeleiding - is iets waar we als hele samenleving voor gekozen hebben. 
Dat neemt niet weg dat er veel te verbeteren is. Want verschillende organisaties hebben andere manieren van werken en heel verschillende culturen.  

Samenwerken

Maar hoe pak je dat aan? Hoe werk je beter samen, cliëntgericht en efficiënt. Een positieve aanzet voor betere spoedzorgketen GGZ in Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer zijn de leertafels geweest waaraan mensen uit verschillende organisaties samenkwamen in 2018 en 2019. 
Roy Dix - trajectcoach en soms troubleshooter in de begeleiding, leverde namens RIBW K/AM - samen met collega’s van de clusters Maatschappelijke Opvang en Dubbele Diagnose en de sociale wijkteams - een bijdrage. 
 
Het resultaat van de leertafels was meer begrip en inzicht in elkaars werk en een Manifest. Het was tijd dat we aan tafel kwamen?
Dix: “Ja, want als je elkaar niet kent, begrijp je niet waarom de ander wel of niet op een bepaalde manier handelt.”

Waar moet ik aan denken?

Dix: ”Nou, bedenk: er is een verward persoon die veel overlast veroorzaakt. En de politie heeft een reactietijd van twee minuten en de crisisdienst een reactietijd van maximaal 24 uur. En je neemt het gegeven dat de politie geen mensen meeneemt met een psychiatrische beperking, want daarvoor is de crisisdienst.
Maar de crisisdienst mag geen mensen meenemen op basis van gedrag. Dan begrijp je: deze werelden liggen uit elkaar. De politie komt en denkt: ‘Oh, dat is een psychiatrische patiënt’ en de crisisdienst denkt ‘oh,dat is alleen probleemgedrag, we kunnen niets doen.” Vervolgens wordt er door niemand opgetreden.

En wat denken de buurtbewoners dan?
Dix: "Waarom doet niemand iets? “

Het is dus belangrijk dat we elkaar beter kennen? 
Dix: ”Ja, als je elkaar kent, is het eenvoudiger om met verschillen om te gaan. Dit laat zich niet vertellen, dit moet ervaren worden. Daarom is het goed als we vaker met elkaar meelopen of werken. Zo zijn medewerkers van GGZ InGeest meegelopen bij de politie. Zij begrijpen nu veel beter hoe weinig tijd de politie heeft om ‘erbij te blijven’. Die tijd is er gewoon niet.“

Hoe werkt dat in de praktijk?
Dix: ”Bij het cluster Transvaal van RIBW K/AM gaan we in gesprek met alle organisaties om de cliënt het beste te begeleiden. We stellen de cliënt centraal. Onze ervaring is ook dat er nu eenmaal een grijs gebied is, maar dat er soms in het belang van de cliënt en de situatie ook gewoon gehandeld moet worden. Je kunt daar afspraken over maken en elkaar daarover ook gewoon aanspreken.”

Hoe doe je dat?
Dix: ”Stel iemand is geplaatst voor beschermd wonen met de afspraak dat de behandelaar twee of drie keer per week langskomt. Vervolgens komt die niet omdat de afstand te groot is. Dat kan niet! En dus ga je er met elkaar alles aan doen om ervoor te zorgen dat die persoon behandeld wordt. Zo zijn er veel van dit soort afspraken te maken. In het Manifest valt dat onder het kopje ‘Willen is kunnen’.

“Iedereen probeert vanuit zijn eigen mogelijkheden indien nodig de grenzen die gegeven zijn verantwoord op te rekken en te handelen. De veiligheid van de cliënt en de medewerkers staan wel voorop.“

Bron: Manifest Spoedketenzorg

Behalve buiten de lijntjes kleuren en je verantwoordelijkheid met elkaar nemen, moet je soms overigens ook gewoon slim zijn, bedenkt Dix zich. Je kunt door samenwerking ook agressie voorkomen.


Dix: “Dit geldt ook als iemands woning wordt leeggehaald bijvoorbeeld. Nu zie je wel dat onze begeleiders dat doen. Mijn advies is dat vooral door een andere partij, bijvoorbeeld de GGD, te laten doen. Dat voorkomt dat je met verschillende rollen te maken krijgt. Je kunt niet iemands spullen wegnemen en er vervolgens naast gaan staan, het gesprek aangaan en er bij blijven. Dat werkt niet. “

Hoe past dit Manifest bij Vitaal Verder?
Dix: ”Het is vooral belangrijk dat je naast je cliënt blijft staan. Ook als het niet leuk is, tijdens een crisis. Dat vergt wat van de begeleiding. Je moet nabij blijven maar ook afstand nemen, dat spel is lastig.”